De watergeuzen zijn dood. Leve de nieuwe generatie!

De watergeuzen zijn dood. Leve de nieuwe generatie! De Visserijdag Woerkum 2026 was totaal anders dan vroeger. Geen Janus Baks, geen Teun den Euje, geen Pietje Oewak, Duvels Hoek verdwenen. Alles heeft zijn tijd onder de zon, mijn favoriet uit de Bijbel, Prediker 3.

Ja, ik moest naar de kerk, de hervormde vestingkerk, alleen Jacobus de Vries kon begrijpelijk vertellen. Ik voelde me zo hopeloos dat ik af en toe een roomse kerk binnenstapte. Een verward mens mag, maar is niet strafbaar, volgens een rechter op de radio. Mooie uitspraak. De helft van Nederland is verward.

En zo wandelde ik met vrouw, een blonde schone uit Nieuwendijk, naar de historische haven. Om boeken te verkopen, met handtekening van de schrijver. Ik kwam daar aangename mensen tegen. Zoals Aart Geurtsen, Bert van Straten en Johan Combee in een scootmobiel. Zijn zoon Arie doet het goed als kok van het golfpark. Herinneringen, overpeinzingen.  

Alle leven is ontmoeting, volgens de joodse filosoof Martin Buber. Heb ik verstand van vissen? Totaal niet. Deze kleinzoon van de ouwe watergeus opa Bart viste met de hengel in het Kattengrachtje, na schooltijd. Daar dumpten vestinggenoten nesten met katjes. Niemand protesteerde. Het lukte me niet een brasem op de kant te krijgen… Daarna leerde deze mislukte watergeus echt roeien bij het Loevesteinse Veertje. Kreupele Bertus was de baas. Hij zat altijd viskes te bakken en deelde zijn rijkdom…  

Aangenaam gesprek met badmeester/schrijvert Bert van Straten. Hij woont tegenwoordig met zijn schone Lenie aan de haven van Scheveningen, bij hun kinderen. Hij zag er ontspannen uit. Beter dan vroeger. Hij herinnerde mij nog aan mijn rebelse periode. Terecht.  

Een gesprek met Jan Hak van de Clootwijkhoeve. Over de kwaliteit van honing en boren in de aarde naar warmte. Beter dan windmolens… Het kabinet, kleuterschool, moet naar huis. Een echte Hak!!! Kees Venderbos vertelde dat IJm den Uks, broer van Janus, in Ael woont. Boot verkocht, mooi tuintje. Knelis Struik, lopend archief, kwam op bezoek.  

Het regende complimenten. Andrè Ruis en Alberdine Brandenberg meldden zich ook. Waar is de tidt blieven? Ik herinnerde me zijn broers Jan en Martin Ruis (lieve Petra niet gezien).

Toen kwam Aaike van Fieje. De oprichter van De Stroming. Er waren toen wel 20 kandidaten, maar Aaike mocht het drijvende restaurant drijvend houden en inrichten. Vrolijke gast geworden… Zijn schoonzoon Bernhard van Bergeijk uit Wijk (?) kwam herhaaldelijk langs. Hij gedraagt zich bijzonder fatsoenlijk, zag ik. Heerlijk gegeten. En aangenaam toeven.

De mooiste ontmoeting. Twee pubers belden vastberaden hun opa Bert. ‘Heeft u het boek de Watergeuzen van Woerkum al? Nee? Dan krijgt u dat van ons.’

Germa spoorloos sinds 1984

1984. Ik woonde een blauwe maandag in Nieuwendijk. Aan de rand van nationaal park de Biesbosch. Een aangeharkt boerenland voor wie de Biesbosch met eb en vloed heeft gezien en gevoeld.

1984. Het jaar waarin Germa van den Boom verdween. Ik raakte op mysterieuze wijze, alles is toeval, betrokken bij haar spoorloze verdwijning. Dat kwam door Ad Mol en Arie van der Stelt. Beiden intussen begraven. Ze rusten uit van hun jacht op de dader.

Onze zoon Bart kon het goed vinden met gewezen zandschipper Arie. Hij kon beeldend vertellen. De ene keer beetje zus en de andere keer beetje zo. Muiderzand, de scheepsbouw en buurtgenoot Germa. Vaste onderwerpen. Veel levenslessen. Germa, dochter van Drikus en Agje. Die ouders kende ik zijdelings. Ze wandelden wel eens op mijn dijk, de Buitendijk, bouwjaar 1679. Dan groette ik meelevend. Volgens zeggen waren het strenge christenen.

Germa ging soms uitblazen bij de buren, de familie De Peuter. Zoon Marinus bracht Germa na een avondje discotheek Meddox in de Gorkumse Westwagenstraat thuis. Dat had ze gevraagd en dat vertelde Marinus trots tegen zijn vader en moeder, want ze sprak nooit met hem. Vanaf dat moment was Germa spoorloos…

Het gonsde in het Biesboschdorp. Veel posters achter de ramen. Ik fietste (regelmatig) naar Arie. Een joviale man. Hij genoot van zijn onbespoten landje, bakken en braaien. Germa deed de vrijgezel pijn. Er kwam geen einde aan zijn verhalen.

De dominee riep op de kansel de hulp in van hogere machten. Ik kreeg een telefoontje van Ad Mol (grafstem) dat ze gingen graven achter het huis van de buren, bij de schuur. Of ik wilde helpen… Het graven ging niet door. De hulp van speurhonden dan maar.

Ik hoorde dat de Werkendamse politie in den beginne steken had laten vallen. Een meisje verdwenen? Politiechef Maaskant dacht aan een puberstreek… De hersenpan, een dubieus/duivels bedenksel. De DNA-test stond nog in de kinderschoenen, het duurde effe met de test, maar die leverde na verloop van tijd geen dader op.

Zoekt en gij zult vinden. Arie was niet christelijk, maar hij bleef bezig… Een groepje jonge mannen behoorde tot zijn vaste bezoek, dat hoorde ik van mijn zoon. Iemand had de buurman met een slagersmes in de tuin gezien… Bloed op de trap gevonden… Nee, Germa had niet gegild… Dat hadden de buren moeten horen…

Misdaadverslaggever Peter R de Vries maakte naam dankzij een tv-programma, ging de lucht in met een vliegtuig en gooide honderden noodkreten uit de cockpit. Het leek wel een zonsverduistering. Germa bleef spoorloos. Of ontvoerd. Of vermoord. Of weggelopen. Een miljonair deed een bod op het landhuisje van Arie…

2026. Zoon Bart vertelde een paar weken geleden dat het niet goed ging met Arie. We besloten hem te bezoeken. Hij zat in de tuin op zijn praatstoel, zwaaide naar iedereen, en vertelde tussen de bedrijven door dat hij bezoek had gehad van twee heren, soort professoren, die de cold case dachten op te lossen.

Ik kreeg een zeuke errepel mee naar huis. Zo was hij. Hij deelde graag van zijn rijkdom. Niet alleen verhalen. Arie stierf 3 augustus. Een goed mens ging heen.

Alles heeft zijn tijd onder de zon (Prediker 3).    

Germa van den Boom volgens het plakboek van Peter R de Vries.